woensdag 2 december 2015

15e etappe Tonga-Fiji-New Zealand


Op zondag 27 september ben ik al om 05.30 uur wakker, het is mijn vertrekdag naar Fiji. Het is nog donker als ik de mooring laat schieten, op de motor vaar ik tussen de slapende jachten door naar de uitgang van de baai. Ik heb bijna 3 weken aan een mooring gehangen en niemand is om geld komen vragen, en dan heb ik zoiets van bedankt, als je het niet komt halen, ik kom het ook niet brengen. 
(vroeger noemden we dat "beat the Ranger", maar dat is meer iets voor de ingewijden) 
Om 10.00 uur gaat de motor uit en kan er gezeild worden.  Om 18.00 uur heb ik het eten klaar en net op dat moment heb ik een flinke vis aan de haak. Met veel moeite krijg ik hem dichter bij het schip, het is een Mahi-Mahi van wel 2 meter lang en hij vecht voor zijn leven. Ik besluit eerst mijn maaltijd te nuttigen, alvorens hem aan boord te hijsen en te fileren. Maar na een minuut of tien weet hij zich te be vrijden van de haak en herovert hij de vrijheid. ik vind het niet zo erg want hij was veel te groot voor mij en ik zou meer als de helft hebben moeten weggooien, wat natuurlijk niet goed zou zijn. De nacht is erg onrustig eerst weinig wind daarna veel wind en stortregen, van slapen komt niet veel. Alle luiken dicht en maar hopen dat er geen schepen in de buurt zijn. De afstand naar Fiji bedraagt 450 mijl en de laatste 150 mijl gaan tussen de koraaleilanden door. Ik wil natuurlijk bij daglicht aankomen en moet op het laatst snelheid minderen om niet te vroeg aan te komen. Het lukt allemaal goed en op donderdag 1 oktober loop ik de baai van Suva binnen en maak ik om 09.30 uur vast aan een mooring van de Suva Yachtclub. Suva is de hoofdstad van Fiji, gelegen op het eiland Viti Levu. De gele Q-vlag nodigt de autoriteiten uit om aan boord te komen en mij in te klaren. Om 16.00 uur is alles geregeld en mag ik van boord, ik ben echter enigszins vermoeid van de reis en na een eenvoudige maaltijd en een paar drankjes is er niets beter dan vroeg naar de kooi voor een fantastische boeren(n)acht. De volgende morgen ga ik de wal op en introduceer mezelf bij de Yachtclub. Ik word tijdelijk lid en tegen een kleine vergoeding mag ik van alle faciliteiten gebruikmaken. Ik loop naar de stad en bij een ATM voorzie ik mezelf van de nodige lokale bankbiljetten. Ik voldoe mijn schulden bij de Health Office en de Bio Security en bezoek daarna een supermarkt voor de hoogstnodige aanvulling van de voorraden.
Op de enorme overdekte markt koop ik voor een habbekrats een rugzak vol met groente en fruit.
Terug bij de club kan ik gratis internetten en ontmoet ik verschillende cruisers. 's Avonds geniet ik van de vers ingekochte kippenlevers met ananas en uien, besprenkeld met een heerlijke rode wijn. 
De volgende ochtend bezoek ik een officiele Furuno-dealer en vraag of ze willen kijken naar mijn defekte radar. Op 6 oktober komen 2 man aan boord en klimt er een de mast in om te kijken wat er loos is. Hij maakt wat schoon en rommelt wat met de bedrading en warempel de radar werkt weer. ga met hen terug naar hun kantoor en reken af, de schade bedraagt 140 Euro. Als ik terug aan boord kom en even wil kontroleren of de radar nog steeds werkt blijkt het al weer afgelopen te zijn, geen radarbeeld en alleen maar ringen. De volgende dag natuurlijk weer terug naar Furuno om mijn beklag te doen. Ze beloven terug te komen om nogmaals te kijken, en inderdaad de volgende ochtend zijn ze weer aan boord en van 9 tot 2 uur in de middag zijn ze bezig, echter zonder resultaat, hij doet het niet.
Ik geef het op en de mannen gaan terug, er worden geen verdere kosten in rekening gebracht. De volgende dagen besteed ik aan het onderhoud van mijn boot, lakwerk in het interieur, reinigen van het onderwaterschip en de waterlijn, nalopen van de winches, vervangen van diverse touwwerk, servicen van de motor en bijvullen van water, diesel en benzine. Tijdens het happy hour op de club ontmoet ik verschillende aardige cruisers. Onder andere een Schots echtpaar,  Andy en Karry die met hun 2 kinderen op weg zijn naar Tasmanie om daar een nieuw leven te beginnen. Andy is kaakchirurg en heeft zich al ingekocht in een nieuwe praktijk in Hobart. Karry is een prachtige vrouw, een unieke kombinatie van sportief, slim en goodlooking, type Henriette Helleman (dit opnieuw voor de ingewijden)
Het begint weer eens tijd te worden om aan vertrekken te denken. Via internet bekijk ik dagelijks de weers- en windverwachting voor de reis van Fiji naar Nieuw Zeeland. Een tocht van ongeveer 1100 mijl met aan het eind de overgang van de suptropen naar de gematigde breedtes, vergelijkbaar met een tocht van de Kanaries naar Noord-Spanje in het vroege voorjaar. Het is zaak om te kijken naar een "weather-window" met daarin maximaal 1 depressie, die je dan zo vroeg mogelijk moet laten passeren.  Maandag 19 oktober lijkt mij een geschikte vertrekdag. Ik klaar uit bij Customs en Immigration en voldoe het havengeld bij de Yachtclub. De laatste Fiji munten spendeer ik aan ijs en chocolade. Om 12.00 uur vertrek ik met een lopend windje en een wolkenloze hemel. Na een rustige nacht passeer ik om 08.00 uur de volgende morgen Cape Washington van Kadavu Island, maar dan is het gedaan met de wind en gaat de motor bij. Ik heb 280 liter diesel aan boord dus ik kan voorlopig vooruit. De volgende dagen is er meestal te weinig wind om te zeilen en blijf ik voortgang houden op de motor. Ik draai niet meer dan 1500 toeren per minuut en verbruik dan ongeveer 1 liter brandstof per uur met een gemiddelde snelheid van 3,5 knopen per uur. Op 22 oktober om 14.00 uur konstateer ik dat de motortemperatuur te hoog is en onmiddellijk stop ik de machine. Na inspektie blijkt de V-snaar van de koelwaterpomp te zijn gebroken, vandaar dat de temperatuur was opgelopen. Ik konstateer geen verdere schade en vervang de V-snaar en tevens de impellor van de pomp, waarna de motor weer bijgezet wordt. Ik zie wel dat de koelwaterpomp zeewater lekt en moet regelmatig de bilge leeg pompen om niet te zinken. Ik denk dat de lagers van de pomp naar de galemiezen zijn en ik heb geen reserve lagers aan boord. Ik moet dan nog 750 mijl naar mijn bestemming dus ik besluit de motor te ontzien en zoveel mogelijk te zeilen en desnoods te gaan dobberen. De dagen kruipen voorbij en de wind laat het meestal afweten. Als er al wind is komt hij meest uit het zuiden. Met een beetje zeegang en wind tegen kan ik zonder motor niet meer dan 65 graden aan de wind varen wat niet echt opschiet.
Op 27 oktober begint het eindelijk weer wat te waaien, ik heb dan nog 500 mijl te gaan. Op 28 oktober is het weer op, dan toch maar weer de motor bij, elk uur de bilge leeg pompen, ik schrijf het aantal slagen op en merk dat de lekkage toeneemt. Op 29 oktober draait de wind naar noordwest en neemt toe tot Bft 7. Er loopt een zware zeegang uit het westen. Met 2 reven en een kleine genua blijf ik snelheid houden, ik verblijf voornamelijk onderdeks en probeer wat te slapen, Die nacht neemt de wind nog verder toe tot Bft 8 en schat ik de golfhoogte op 6 meter. Zo nu en dan "vast water" over het hele schip. Bij een onverhoedse beweging van de boot stuiter ik door de kajuit en bezeer ik mijn bovenbeen. ik kan maar het beste in de lijwaartse kooi gaan liggen om een beetje te ontspannen. De windvaan houdt zich geweldig en Suluk kraakt en kreunt, maar geeft geen krimp. Zo nu en dan steek ik mijn hoofd door het luik om uit te kijken naar andere schepen, maar het zicht is beperkt net als mijn ogen, dus ik kan niet anders doen dan hopen op een goede afloop. Ik maak natuurlijk wel goede voortgang in een min of meer goede richting. Op zaterdag 31 oktober  neemt de wind wat af en kan ik ontreven, dan nog 175 mijl te gaan. Het is inmiddels flink afgekoeld en ik ga op zoek naar een lange broek en een trui. Iedere morgen om 07.00 uur luister ik via mijn Grundig wereldontvanger naar Gulf Harbour Radio, frequentie 8742 kHz waar David en Patricia de cruisers op weg van Fiji/Tonga naar New Zealand van weersinformatie voorzien. Ik kan alleen ontvangen en niet zenden, maar de informatie is waardevol en helpt bij het bepalen van de juiste route naar Opua, mijn voorlopige bestemming. David waarschuwt voor een nieuwe depressie op dinsdag 3 november, dus als de wind weer afneemt en naar het zuiden draait gaat toch de motor weer bij, van nu af aan is het pompen of verzuipen. De zeegang komt van alle kanten en is niet gunstig voor de snelheid. De wind blijft uit het zuiden waaien, het zijn lastige laatste loodjes, die zoals bekend zwaar wegen. De lekkage van de koelwaterpomp neemt als maar toe en ik moet bijna om het half uur de bilge leeg pompen. Op 2 november om 12.00 uur heb ik nog 50 mijl te gaan naar Opua, dat gaat hem niet worden voor donker. Om 15.00 uur zet ik de motor af en laat de boot drijven, het is mooi weer en ik probeer maar wat te slapen. In de vroege ochtend vaar ik de Bay of Islands binnen, het is echt koud en via de marifoon maak ik kontakt met de Port Control, ze verwijzen me naar het Quarantaine Dock in Opua alwaar de inklaring zal geschieden.
Als ik binnenvaar word ik verwelkomd door Andrea en Ludger van de "Green Duck" die een 
paar uur eerder zijn binnengelopen. Ik ken hen van eerdere ontmoetingen op Samoa en Tonga. Om 07.30 uur maak ik vast na een tocht van bijna 15 dagen. Ik kan bijna niet geloven dat ik er ben. Mijn droom is uitgekomen, ik ben met de Suluk naar Nieuw Zeeland gezeild ! Ik ben superblij en voel me geweldig, van vermoeidheid is geen sprake, ik word uitgenodigd voor het ontbijt aan boord van de Green Duck en we wisselen onze ervaringen uit, ook zij hebben het niet makkelijk gehad. Al snel komen de autoriteiten de steiger op en moet ik terug naar mijn boot voor de inklaring. Een en ander verloopt zonder problemen. Ik moet alleen wat knoflook en wat restanten witte kool afstaan, deze zouden de Nieuw Zeelandse agricultuur kunnen bedreigen ! Ik neem kontakt op met de marina en krijg een ligplaats voor 12 Euro per nacht. Ik ga toch maar een paar uurtjes slapen om weer een beetje in het ritme te geraken. In de namiddag meld ik me bij het havenkantoor voor registratie en de sleutel van de douche/wc ruimte, ze vragen naar mijn verzekering, die ik sinds Spanje niet meer heb. Een aansprakelijkheidsverzekering is hier verplicht voor een plek in de marina. Voor 50 NZ Dollar ( 30 Euro) 
koop ik een dergelijke verzekering voor 2 weken. De volgende dag huur ik een auto en samen met Andrea rijden we naar Whangarei en maak ik kontakt met de Riverside Drive Marina waar Karl Roberts de scepter zwaait. Ik vertel hem dat ik op maandag 9 november denk aan te komen en dan zo snel mogelijk de wal op wil. Dat wordt genoteerd en daarna gaan Andrea en ik naar het centrum van Whangarei voor een kop koffie. Het ziet er allemaal erg gezellig uit en ik verheug me erop om hier voor een aantal weken te zijn. We rijden terug naar Opua en genieten van een geweldige steak met frites en sla bij de Yachtclub. Andrea is een aardige vrouw maar niet helemaal mijn type, waarom zijn het toch altijd Duitse vrouwen die op mij vallen, nooit eens een leuke Schotse of een gezellige blonde Zweedse.
De volgende ochtend ga ik met Andrea boodschappen doen in Paihia, het dichtst bijzijnde dorpje met een supermarkt. We bezoeken ook de plaatselijke VVV waar een uiterst vriendelijke jongedame me van de nodige kaarten en brochures van Nieuw Zeeland voorziet. Terug in Opua knipt Andrea mijn haar en eten we nog een keer zo'n geweldige steak bij de Yachtclub. De volgende dagen besteed ik aan het onderhoud van de Suluk en op zondag 8 november vertrek ik in de morgen richting Whangarei.
Het is ongeveer 80 mijl en het weer ziet er goed uit. In de namiddag passeer ik Cape Brett en motorzeilend ga ik de nacht in. De koelwaterpomp heb ik in Opua laten repareren dus wat dat betreft geen zorgen meer. In de vroege ochtend vaar ik de Whangarei Harbour binnen en na een brugpassage
kom ik om 09.00 uur bij de Riverside Drive Marina aan. Karl Roberts wijst me een ligplaats en ik maak voor de laatste keer vast. Ik ben de hele nacht in touw geweest dus ga maar weer even liggen.
In de middag bel ik met Sam Cannel van Vining Shipbrokers voor een afspraak. De volgende dag geef ik hem opdracht de Suluk te verkopen, we besluiten de vraagprijs te bepalen op 96.000 NZ Dollars ongeveer 60.000 Euro. (Zie vinings.co.nz). Op 12 november ga ik uit het water en wordt het onderwaterschip afgespoten, de aangroei valt mee en de antifouling van Panama heeft zich goed gehouden, alleen op de waterlijn moet worden gepoetst. Op 13 november koop ik een oude Toyota Corolla van 1989 (!) met meer dan 315.000 kilometer op de teller voor 480 Euro, hij rijdt als een trein en ik ben er blij mee. Die avond eet ik met Fred van de Safina in een tentje op de kade in Whangarei. Fred is Amerikaanse Vietnam veteraan die ik leerde kennen in Bora Bora. Hij zeilde met zijn dochter van Panama naar Nieuw Zeeland, maar de dochter is in Fiji afgestapt. Hij is geen gemakkelijke man, dus ik kan me daar iets bij voorstellen. De volgende weken werk ik aan de boot, eerst het onderwaterschip, schuren waar nodig en dan het aanbrengen van een undercoat en vervolgens 2 lagen antifouling dat knapt al aardig op.
Daarna schoonmaken en schuren van de waterlijn, hier en daar vullen met epoxy  en dan de rode bies opnieuw aanbrengen, in verband met kleurverschil moet ik ook de rode bies onder de dekrand opnieuw schilderen. Daarna schuren, vullen en verven van de beschadigingen van de groene romp. 
En vervolgens polijsten en waxen van de nieuw aangebrachte verflagen, en tenslotte het schoonmaken en waxen van de gehele romp. Ongeveer de helft van mijn treadmaster aan dek is beschadigd en ik heb 6 nieuwe platen van 120 x 90 cm besteld in Engeland. Het verwijderen van het oude spul is het meeste werk. Van oude zeekaarten heb ik sjablonen gemaakt om de nieuwe platen uit te snijden en daarna lijm ik de nieuwe platen aan dek. Het ziet er geweldig uit. Daarna wordt ook het dek schoongemaakt en in de was gezet. In de kajuit schuur en lak ik het houtwerk. Ik repareer de kachel en het hele schip wordt uitgemest. Bij een groot warenhuis koop ik een tent, een brander, een koelbox,
en een nieuwe koekepan en op 10 december ben ik klaar om te vertrekken voor mijn zweftocht door Nieuw Zeeland. Ik heb voor 2 dagen een hotel geboekt in Auckland, de hoofdstad van Nieuw Zeeland.
Ik ben van plan per eind januari 2016 naar Australie te vliegen en daar mijn neef Adriaan en zijn zoon Martin op te zoeken. Daarna wil ik nog naar Tasmanie om daarna via de USA terug naar Holland te reizen. Denk eind april terug in Gouda te zijn. Dit is mijn laatste blogverhaal over mijn zeilreis naar Nieuw Zeeland. Misschien schrijf ik nog een verhaal over mijn rondreis Nieuw Zeeland-Australie-Tasmanie-USA-Holland.
So long Pieter

Een van mijn betere baksels.

Nog 50 mijl naar Nieuw Zeeland

Andrea in Opua

Onderweg van Opua naar Whangarei

Cape Brett

Treadmaster removed

Nieuw treadmaster

Suluk klaar voor de verkoop, links de Toyoto Corolla 1989

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen