woensdag 21 mei 2014

9e etappe Panama - Galapagos



La Playita is niet meer dan een half beschutte ankerplaats met een dinghy-dock. Er liggen ongeveer 30 schepen allemaal bezig met hun voorbereiding voor de Pacific. Panama is zo een beetje de laatste haven in de "geciviliseerde" wereld. Hierna ben je echt op jezelf aangewezen en zijn zaken als drinkwater, diesel, benzine en voedsel niet meer overal voorhande. Om maar niet te spreken van jacht-onderdelen. Dus is iedereen nerveus bezig zijn lijstje af te werken. Gelukkig is er een goedkope busverbinding naar de Albrook Mall, een groot winkelcentrum waar van alles te koop is, en waar ook WiFi is. Mijn eerstvolgende stop zijn de Galapagos Eilanden op ongeveer 900 mijl. Om daar te mogen inklaren zijn een aantal strenge regels ingevoerd. Zo mag je schip geen aangroei hebben, mag je geen verse waren aan boord hebben, moet je een vuilwatertank hebben (heb ik niet), moet je je afval scheiden, moet je een "fumigation declaration" hebben (wat betekent dat je geen ongedierte aan boord hebt) en ben je verplicht een agent te nemen. De meest simpele cruising permit kost 600 USD.
Op basis van deze permit mag je dan drie verschillende eilanden bezoeken, niet met je eigen schip maar gebruik makend van een van de commerciele lokale cruiseboten. Als je meer wilt gaat zo'n permit wel 3000 USD kosten. Ik heb me even afgevraagd of ik dit allemaal wel will, maar ja ik ben hier nu eenmaal en het is wel een heel bijzondere plek op aarde, dus vooruit maar.
Als ik daar niet zou stoppen dan wordt de oversteek naar de Marquesas Eilanden wel erg lang, zo'n 4100 mijl. En ook de bevoorrading wordt dan wel erg lastig. Op 24 april vertrek ik richting Galapagos.
Ik heb 265 liter diesel bij me, waarvan 65 liter in jerrycans. Verder bijna 400 liter water, verse waar voor 2 weken en houdbaar voedsel en drank voor 3 maanden. Ik heb zelfs kleurpotloden, schriftjes en pennen voor de arme kindertjes op de atollen (?) ingeslagen. Ik wordt vaarwel getoeterd door de achterblijvers op de ankerplaats en op de eerste dag maak ik goede voortgang, zo'n 115 mijl. Ik vang gelijk mijn eerste vis, een kleine tonijn, die nog dezelfde avond wordt geconsummeerd. Na een paar dagen is het gebeurd met de wind. Het kleine zuchtje dat er zo nu en dan opsteekt komt ook nog van de verkeerde kant ! De motor gaat bij op zo'n 1500 toeren, normaal geeft dat een snelheid van 4,5 mijl, maar met een beetje zeegang en 2 mijl stroom tegen ga ik niet harder dan een kleine 2 mijl over de grond. Zo nu en dan probeer ik te zeilen maar zonder motor en met die tegenstroom kom ik niet hoger dan 80 graden aan de wind wat natuurlijk helemaal niet opschiet. Ik sla de handboeken er op na en het blijkt dat ik wat laat in het seizoen ben vertrokken. Er wordt gezegd dat eind februari-begin maart de beste periode is. Er is dan nog kans op een doorstaande noordoost passaat voor de de eerste 300 mijl. Ook had ik wellicht wat meer de kust van Colombia en later Ecuador moeten volgen, maar dat geeft weer een langere afstand. Ik probeer zo veel mogelijk in de buurt van de rumbline te blijven. Na 3 dagen motoren heb ik niet meer dan 50 mijl in de richting van de Galapagos afgelegd. Ik heb dan al meer dan de helft van de brandstof verbruikt en heb nog ruim 600 mijl te gaan. Volgens de almanak is er pas weer meer kans op wind als ik over de evenaar ben, dat is nog 400 mijl naar het zuiden.
Met mijn resterende brandstof ga ik dat niet halen, dus heb ik de keus om naar de kust van Ecuador te varen om daar bij te tanken, dat is een afstand van 400 mijl, of om terug te gaan naar Panama, een afstand van 300 mijl. Ik heb geen zeekaarten van Ecuador aan boord, dus die optie valt af. Ik besluit daarom om terug te gaan naar Panama, de boot daar voor 8 maanden achter te laten en volgend jaar februari een vervolg aan mijn reis te geven.  Geen gemakkelijk besluit, maar als ik het roer heb omgegooid en ik met stroom en een windje mee weer 4 mijl voortgang maak denk ik dat het een goede beslissing is geweest. Ik vang een haai van 60 centimeter en heb gelijk voor 3 dagen vis op tafel. Hij is heerlijk, ik zou zeggen nog lekkerder dan de tonijn. In de nacht valt de wind meestal weer weg en gaat de motor bij. Ik heb al dagen geen schip gezien dus ik maak slaapjes van een half uur, maar op een gegeven moment ben ik ineens klaarwakker, de motor stopt ermee !  Ik open de motorkist en de sissende hete stoom slaat me om de oren. Alle koelwater is uit de motor gespoten.
Allerlei rampscenario's gaan door mijn hoofd, maar al gauw zie ik wat de oorzaak is, de V-snaar van de koelwaterpomp is gebroken en dan komt er geen buitenkoelwater meer in de motor en raakt hij aan de kook. De thermostaat heeft zijn plicht gedaan en de motor laten afslaan. De motor is gelukkig niet vastgelopen en zelfs de impellor van de waterpomp is nog heel. Alleen de kunststof aftapplug van het interne koelwater is eruit gesprongen. En later konstateer ik ook dat het PVC waterslot in de uitlaat vanwege de hoge temperatuur is gesmolten ! Tsjonge jonge, is me dat lekker wakker worden. Ik heb een reserve V-snaar aan boord en gelukkig vind ik de aftapplug terug en kan ik hem voorlopig weer monteren. Het waterslot laat ik vervallen en met behulp van 2 RVS pijpjes van mijn windvaan en een heleboel slangklemmen koppel ik 3 stukken uitlaatslang aan elkaar en kan ik weer motoren. Het waterslot voorkomt dat water als gevolg van hoge zeegang van achteren via de uitlaat in de motor terecht komt. Hoge zeegang zal ik hier niet hebben dus tijdelijk kan ik goed zonder zo'n waterslot. Ik hoop dat ook de niet-techneuten er nog iets van snappen, anders dit stuk overslaan of even uitleg vragen aan je vriend (of vriendin). Na een dag of vier afwisselend zeilen en motoren kom ik op 3 mei weer terug in La Playita.  Het is wel een beetje een anti-climax, er liggen nog een aantal bekenden en die komen natuurlijk opheldering vragen.  Er blijken nog een paar andere schepen teruggekeerd te zijn.
Sommigen zeggen dat het een "El Nino-jaar" is, een verschijnsel dat zich ongeveer eens per 7 jaar voordoet, met als kenmerkend verschijnsel een nogal afwijkend weerpatroon.  Het zou kunnen, op de Atlantic vond ik het ook al niet zoals je kon verwachten. Degenen die nog willen vertrekken raad ik aan heel veel diesel mee te nemen. In de volgende week ga ik opnieuw inklaren en bekijk ik de mogelijkheden om Suluk voor een maand of acht achter te laten.
Dat blijkt vooral prijstechnisch nogal tegen te vallen. Er is maar een mogelijkheid op de kant bij de Flamenco Marina maar dat kost ruim 2400 USD per maand ! Ik ben wel rijk maar natuurlijk niet gek, dat is belachelijk. Dan is er de Balboa Yacht Club die verhuurt moorings voor 25 USD per dag, ook veel geld maar een stuk minder dan de Flamenco. Ik had zo'n beetje besloten dat maar te doen, maar dan krijg ik aan boord bezoek van Peter, een hollander die betaald kapitein is op een grote catamaran. Hij had een vergelijkbaar probleem als ik, ook teruggekomen, eigenaar naar huis en het vertrek een jaar uitgesteld. Hij wist van aantrekkelijk geprijsde moorings op het eilandje Taboga, op ongeveer 8 mijl van de kust. 
Hij had al gereserveerd en hij dacht dat er nog wel eentje vrij zou zijn. De prijs was slechts 10 USD per dag. Het klinkt allemaal best aantrekkelijk, maar ik wil het eerst zien. Hij vertrekt al een dag later naar Taboga en nodigt me uit om met hem mee te varen om de zaak te bekijken. Peter is een aardige vent, hij vaart al 20 jaar over de wereldzeeen en onderweg vertelt hij over zijn avonturen en zijn leven. In Frankrijk opgegroeid, gewerkt en gezeild. Veel deliveries gedaan en de laatste jaren voor een eigenaar gewerkt. Huis en vriendin(nen) in Brazilie en een flat in Den Haag. Hij vaart ongeveer 6 maanden per jaar, de rest van de tijd in Holland of in Brazilie. Een mooi leven.
Taboga is een klein eilandje met een voor de noordenwind beschutte baai en zo te zien stevige mooring buoys. In de middag maak ik kennis met Chuy Navarro de eigenaar van de moorings.
Hij is een amerikaan van mexicaanse afkomst en maakt een goede indruk. Ik besluit om bij hem te reserveren en leg een en ander schriftelijk vast. Ik geef hem wat handgeld en vertel hem dat ik op 24 mei zal arriveren. Ik neem afscheid van Peter, we besluiten elkaar in Holland op te zoeken, en ga met een kleine ferryboot terug naar La Playita.
Ik heb een goed gevoel over deze oplossing en ben opgelucht dat het is geregeld. De volgende dag ga ik mijn tickets kopen. Willem heeft me uitgenodigd om op de terugreis via North Carolina te vliegen en bij hem een weekje in zijn mooie huurhuis in Raleigh te logeren. Ik kan dan gelijk Elisabeth zien en wellicht haar nieuwe vriend ontmoeten. Via internet lukt het me een vlucht te regelen van Panama City naar Raleigh op 28 mei en dan op 5 juni van Raleigh naar Amsterdam beide vluchten met tussenlanding in Washington DC. De laatste dagen voor vertrek gebruik ik om Suluk te prepareren voor zijn langdurige eenzaamheid. Zowel binnen als buiten wordt alles schoongemaakt en opgepoetst, ook het onderwaterschip wordt ontdaan van alle aangroei en al het bederfelijke voedsel wordt geconsummeerd of weggegeven. Op zaterdag 24 mei vaar ik naar de mooring bij het eiland Taboga en op dinsdag 27 mei neem ik de ferry naar de vaste wal. Die avond slaap ik in een hotel vlakbij het vliegveld, de volgende ochtend vlieg ik om 09.00 uur naar de USA.
Ik zal de rest van dit jaar meest in Nederland zijn om dan eind januari 2015 weer terug te vliegen naar Panama City om mijn reis te vervolgen.
Tegen die tijd zal  ik deze blog weer oppakken.
Hoop velen van jullie weer gauw te zien.
So long
Piet.


Panama City vanaf La Playita


De haai


Suluk in La Playita